Regeerakkoord financiële tegenvaller voor groen onderwijs
6 november 2012
1. Vanaf 2016 vervalt de volledige 55 miljoen (extra) subsidie voor onderwijsvernieuwing. Tot en met 2015 blijft het gehele bedrag beschikbaar.
2. Het ministerie gaat Economische Zaken heten en daarmee vervalt de herkenbaarheid van Landbouw en Innovatie in de naam. Co Verdaas wordt staatssecretaris voor Landbouw en Natuur.
3. De regering wil van goed naar excellent onderwijs. Dit gebeurt onder meer door in te zetten op verbetering van de kwaliteit van leraren en schoolleiders en de onderwijsinspectie zich ook te laten uitspreken over ‘goed’ en ‘excellent’.
5. Kleine opleidingen in het mbo worden in principe beëindigd.
6. Het Topsectorenbeleid wordt voorgezet: 110 miljoen euro wordt vrijgemaakt voor samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen. Daartegenover staat dat fiscale subsidies verlaagd worden.
7. Product- en Bedrijfschappen, die nu een belangrijke rol in de gouden driehoek spelen, worden afgeschaft.
8. De kenniscentra, zoals Aequor, zullen worden samengevoegd.
9. De agrarische sector wordt gezien als belangrijke economische motor, maar er wordt niet (extra) in geïnvesteerd. In het akkoord is vooral veel aandacht voor biobased economy en groene groei.
10. Een opvallende bezuiniging is doorgevoerd op de inzet voor Leven Lang Leren. De 'WVA Onderwijs' regeling wordt met € 400 miljoen ingeperkt. Die regeling is een belastingkorting voor bedrijven die hun werknemers scholing laten volgen.
In het regeerakkoord staat dat vanaf 2016 de volledige 55 miljoen subsidie voor onderwijsvernieuwing (bekend onder de naam ‘groene plus’) die het groene onderwijs nu ontvangt afgeschaft wordt. Vanuit deze middelen worden veel innovatietrajecten gesubsidieerd in afstemming met partijen buiten het onderwijs, waardoor de opleidingen goed blijven aansluiten op de ontwikkelingen in de sector en maatschappij.
De heer B. Pellikaan, collegevoorzitter van de Aeres Groep:
"Het afschaffen van de middelen voor de vernieuwing groen onderwijs betekent voor ons een enorme reductie van de mogelijkheden om te innoveren, een reductie in het uitvoeren van praktijkleren en de mogelijkheid om relatief kleine opleidingen voor economisch belangrijke bedrijfstakken (primaire sectoren) in de benen te houden."
De heer Zachariasse, bestuursvoorzitter van de Groene Kennis Coöperatie: “Het geld komt mogelijk in een andere vorm weer terug, want over het geheel wordt juist geïnvesteerd in het onderwijs. Maar er is geen budget meer dat specifiek voor het groene onderwijs bestemd is. Het groene onderwijs zal dan de concurrentie aan moeten gaan met andere instellingen die uit dezelfde potjes willen vissen.” Verder onderstreept de GKC-voorzitter het signaal van de AOC Raad dat de genoemde bezuiniging naast innovatiemiddelen voor meer dan de helft bestaat uit reguliere bekostiging van het onderwijs, zoals praktijklessen.
De AOC Raad heeft becijferd dat er 12,5 miljoen extra in het groene onderwijs zal worden geïnvesteerd (vooral in professionalisering / kwaliteitsverbetering) en bijna 30 miljoen bezuinigd (praktijkleren, impulsmiddelen, projectsubsidies, LWOO). Ook de aankondiging dat de kleine opleidingen gaan verdwijnen wordt zorgelijk genoemd. Volgens de AOC Raad zullen groene sectoren in de knel komen en geen vakbekwaam personeel meer kunnen vinden, omdat hun opleidingen er straks niet meer zullen zijn. In een persbericht heeft de AOC Raad inmiddels zijn grote zorgen uitgesproken en aangedrongen op een gesprek met het Ministerie van EZ.